Kort verhaal

Na de muziek

6 min · inkt van wendy

Ik ontmoet haar niet bij het podium, maar daar waar niemand ooit iets bijzonders verwacht. Tussen de wc’s, lauwe wijn en vrouwen die hun lipstick bijwerken in het scherm van hun telefoon.

Ik sta in de rij met een plastic beker in mijn hand die allang warm is geworden. Mijn haar is gelukkig opgestoken, want ik heb het snikheet, en ergens achter me roept iemand te hard dat ze haar vriendinnen kwijt is. Alles ruikt naar bier, parfum, stof en die zoete festivalrook die overal in gaat zitten, in je haar, in je kleding. En zelfs in je bh.

Voor me staat een vrouw met donker haar in een lage staart, een zwart topje, gouden oorbellen en rode lippen die ze bijwerkt zonder haast. De rij, de warmte en de mensen om haar heen lijken haar niks te doen. Ze kijkt in haar telefoonscherm, veegt met haar pink langs haar onderlip en ziet mij dan in de weerspiegeling kijken.

Ik kan wegkijken. Doe ik niet. Ik betrap mezelf erop dat ik elke beweging van haar volg.

Ze draait haar hoofd een stukje, net genoeg.

‘Je kijkt mee,’ zegt ze met een strak gezicht, al verraadt haar blik iets anders.

Ik til mijn beker iets op. ‘Ik stond hier al.’

‘Dat vroeg ik niet.’ Nu glimlacht ze wel.

Er valt een stilte die te klein is voor zoveel geluid eromheen. Iemand achter ons zucht omdat de rij niet opschiet, een wc-deur slaat open, een groepje vrouwen schuift langs ons heen met natte handen en glimmende wangen, en toch blijft dat ene stukje lucht tussen haar en mij vreemd stil.

‘Je lipstick zit goed,’ zeg ik dan, omdat ik blijkbaar nog meer woorden met haar wil wisselen.

Ze kijkt me nu echt aan, en mijn cocktail voelt ineens een stuk zwaarder zodra ik haar groene ogen zie.

‘Mooi,’ zegt ze. ‘Dan hoef jij niet meer zo te staren.’

Ik lach, omdat dat makkelijker is dan toegeven dat ze gelijk heeft, en zij draait zich alweer om. Dat irriteert me genoeg om haar te onthouden.

Later op de dansvloer is er muziek, te harde bas, licht dat over gezichten schiet, armen in de lucht, lijven die tegen elkaar bewegen omdat er amper ruimte is om van jezelf te blijven. Ik dans met mijn vriendinnen, lach om iets wat ik niet versta en drink uit een beker waarvan ik niet meer zeker weet of die van mij is.

Dan zie ik ineens die rode mond weer.

Ze staat een paar meter verderop, half gedraaid naar iemand naast haar, maar haar aandacht zit ergens anders. Bij mij. Precies lang genoeg om mijn buik te laten reageren voordat mijn hoofd zich ermee kan bemoeien.

Ik doe alsof ik het niet merk.

Dat mislukt.

Het volgende nummer begint met een lage beat die eerst door de vloer trekt en daarna door mijn benen omhoog kruipt. Iemand stoot tegen mijn schouder en ik draai mee, automatisch. Het is zo warm dat mijn witte topje aan mijn rug plakt.

Dan staat ze ineens achter me.

Ik voel haar voordat ze me raakt. De warmte van haar achter me, haar mond ergens bij mijn oor, haar hand die langs mijn heup zweeft omdat iemand erlangs wil en daarna blijft hangen op een plek waar een hand niet zomaar hoort te blijven als je elkaar niet kent.

Ze buigt iets naar me toe. ‘Je stond hier ook al zeker?’

Ik sluit mijn ogen heel even, maar ik glimlach toch. ‘Dat vroeg jij niet.’

Achter me lacht ze zacht, zo dicht bij mijn oor dat ik het meer voel dan hoor. En dan raakt ze me echt aan.

Gewoon één hand op mijn heup, maar mijn lijf reageert meteen. Ik beweeg mee op de beat, eerst klein, nog net vaag genoeg om het de drukte te kunnen noemen. Er is ruimte genoeg om weg te stappen. Maar we doen het niet.

In plaats daarvan schuift ze dichter tegen me aan en ik geef mijn beker aan een van mijn vriendinnen zonder echt naar haar te kijken. We verdwijnen in het licht dat steeds over ons heen valt. Haar hand op mijn heup, waardoor ik kippenvel krijg terwijl het daar veel te warm voor is.

Na twee nummers draait ze me ineens om. Niet hard. Gewoon zeker.

Ik kijk weer in die groene ogen en heel even is de muziek er nog wel, maar verder weg dan net. Haar blik glijdt over mijn gezicht, mijn mond, mijn hals. Ze zet haar beker rustig op de grond, zonder haast, en legt dan haar beide handen tegen mijn gezicht.

Mijn handen komen vanzelf op haar heupen. Ze kijkt nog één keer naar mijn mond.

Daarna zoent ze me.

Eerst bijna voorzichtig, om te kijken of ik blijf staan. Natuurlijk blijf ik staan.

Ik wil haar tong voelen en haar rode lipstick verpesten die ze net nog zo zorgvuldig heeft bijgewerkt.

Dus zoent ze me opnieuw, dieper nu. Haar tong vindt die van mij en de zoen wordt warmer, natter, met haar vingers langs mijn kaak en mijn adem stokt tegen haar lippen. Elke aanraking van haar schiet rechtstreeks naar beneden. Om ons heen springt iedereen op het refrein. Iemand botst tegen mijn rug aan, maar zij houdt me vast.

Zo rustig als ze de zoen begint, zo rustig stopt ze hem ook weer.

Ik doe mijn ogen open. Ze staat nog steeds dichtbij, veel te dichtbij eigenlijk, met haar rode lipstick iets minder netjes dan net en haar handen nog tegen mijn wangen. Haar blik gaat één keer naar mijn mond. Ik bijt zacht op mijn onderlip. Dan kijkt ze naar mijn ogen.

Ze wil iets zeggen. Dat zie ik. Maar ze doet het niet.

Dan glimlacht ze klein. Net genoeg om mij te laten merken dat zij ook voelt dat dit straks niet zomaar uit ons hoofd verdwijnt.

Daarna draait ze zich om en loopt terug de menigte in.

Ik blijf staan. Midden op de dansvloer, tussen mijn vriendinnen, de bas, de warmte en al die mensen die gewoon doorgaan met dansen.

Mijn mond brandt nog. Mijn huid ook.

Ik weet haar naam niet eens.

Maar wel dat mijn lijf haar duidelijk heeft onthouden.

— inkt van wendy —
← Meer korte verhalen